Schiedams Nieuws
Waterweg Actueel

Editie Vlaardingen / Maassluis / Schiedam / Hoek van Holland /

VLAARDINGEN: STROOMOPWAARTS VOLLEDIG ZELF VERANTWOORDELIJK

VLAARDINGEN- Het regionale participatiebedrijf Stroomopwaarts (SOW) moet volledig zelf verantwoordelijk worden voor haar bedrijfsvoering. Dat laat het Vlaardingse college van burgemeester en wethouders weten aan de eigen gemeenteraad. De drie waterweggemeenten hebben bureau BMC opdracht gegeven om een advies uit te brengen hoe dit het beste vorm te geven. Dit advies was in februari 2020 gereed. Op basis hiervan hebben de gemeentebesturen van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de gemeentesecretarissen en de directeur van SOW gezamenlijk de opdracht gegeven hier nader uitvoering aan te geven. Voor de eerste fase van dit project is een bedrag van 80.000 euro beschikbaar.

De ondernemingsraden van de drie gemeenten en SOW is advies gevraagd over dit voorgenomen besluit. Als dit advies er is, kunnen de drie gemeenteraden naar verwachting in juni of juli een definitief besluit nemen.

De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben in 2014 besloten om het SOW op te richten (een fusie van alle sociale diensten en de sociale werkplaatsen). Daarbij is toen de keuze gemaakt om ondersteunende diensten op het gebied van de bedrijfsvoering van SOW te leveren vanuit de drie waterweggemeenten. Denk hierbij aan diensten als financiën, juridische zaken en ICT. Dit model blijkt niet (meer) te passen. 

GEEF UW MENING!!

Plaats een reactie onder dit bericht op deze site (scrol naar beneden). Gebruik uw vrijheid van meningsuiting!

LET OP!! Spreek vrijuit, maar reacties die oproepen tot geweld en verwensingen met ziektes worden niet getoond.

Publicatie kan (soms) enige tijd duren.

5 reacties op “VLAARDINGEN: STROOMOPWAARTS VOLLEDIG ZELF VERANTWOORDELIJK

  1. Stroomopwaarts MVS is niet meer en niet minder dan een Openbaar Lichaam met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij gezamenlijk besluit van de 3 MVS-colleges die dus de enige participanten zijn. Als bestuursorgaan is Stroomopwaarts MVS slechts bevoegd in mandaat te handelen, en de vraag is daarbij steeds welk van de twee vigerende mandaatregelingen nu geldt: het mandaat op grond van de Participatiewet (art. 7 lid 4) dat volgens schrijven van mw. Curfs stilletjes zou zijn ingetreden tegelijk met het oprichtingsbesluit van Stroomopwaarts MVS, of het latere mandaatbesluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht dat op geheel andere zaken ziet, althans formeel.

    Werkelijk geen hond die vooraf weet met wie of wat of met welk intern ‘proces’ van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS hij of zij te maken heeft, dus zowel burger als bedrijfsleven weet nooit welke rechtsverhouding(en) gelden. Volgens ‘de voorschriften’ is het dan ook niet de bedoeling dat burger en MKB vooraf weten met wie of wat van doen te hebben, dit steeds met het oogmerk om vrijwilligheid bij de wederpartij te pretenderen die moet worden vermoed er niet te zijn.

    Nu moet de meer oplettende burger of MKB-er proberen uit de opmaak van de brieven van Stroomopwaarts MVS zien op te maken of hij te maken heeft met het privaatrechtelijk optredende ‘proces’, of het in bestuursrechtelijk zin optredende ‘proces’ van Stroomopwaarts MVS.

    Een uitnodiging tot gesprek van Stroomopwaarts MVS is een privaatrechtelijke rechtshandeling met het oogmerk ‘tot afspraken te komen’ , overeen te komen dus met de rechtspersoon Stroomopwaarts MVS, bewust misleidend ‘Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS’ genoemd. Qua rechtspersoon is Stroomopwaarts MVS ondeelbaar en zijn de drie aandeelhouders in de meest ruime zin aansprakelijk. Stroomopwaarts MVS is wat betreft deze rechtshandelingen in privaatrechtelijke zin volstrekt zelfstandig en ook aansprakelijk en ondertekend zou dus moeten worden door of namens de directie. De brieven zijn echter volgens voorschrift van hogerhand weloverwogen in hybride vorm opgemaak, waarbj de uitnodiging tot gesprek, dus een rechtshandeling in privaatrechtelijke zin, steeds later hoe het Stroomopwaarts MVS goeddunkt op papier kan worden ‘omgezet’ in feitelijke handeling ter voor bereiding op een bestuursbesluit, steeds in mandaat want Stroomopwaarts is weliswaar een zelfstandige rechtspersoon maar geen zelfstandig bestuursorgaan. De reden waarom uitnodigende brieven steeds namens een der deelnemende colleges wordt ondertekend moet worden gezocht in de afzonderlijke mandaatregelingen.

    Zou dwangarbeid bij ‘maatwerkbesluit’ aan de burger worden opgelegd, dan zou aanstonds sprake zijn van schending van het verbod op gedwongen arbeid. Op een dergelijk besluit ziet de Algemene wet bestuursrecht waaruit volgt dat een besluit steeds vooraf moet zijn gemotiveerd, en een voorgenomen misdrijf als dwangarbeid ga je natuurlijk niet vooraf niet met een een soort schuldbekentenis waaruit het opzet blijkt als bestuursorgaan opleggen bij besluit. Dus is de Algemene wet bestuursrecht op een bepaalde manier buiten toepassing verklaard met het oog op de wisseltruuk waarbij een rechtshandeling van het privaatrechtelijke ‘proces’ van Stroomopwaarts MVS steeds achteraf op papier zou kunnen worden vervalst tot feitelijke handeling vooruitlopend op dit misdrijf. Een namens een der deelnemende colleges ondertekende brief van rechtspersoon Stroomopwaarts MVS kwalificeert dus als strafbare voorbereidingshandeling, redenen waarom de fficier van Justitie te Rotterdam een aantal van deze schriftelijke uitnodigingen tot gesprek ‘volgens de voorschriften’ zou her-kwalificeren als waren het ‘schriftelijke verslagleggingen van meerdere (telefonische) gesprekken om onder de strafklacht uit te kunnen komen.

    Nederland kent helaas geen Constitutioneel Hof en ook geen onafhankelijke Staande Magistratuur maar behelpt zich met een lobby-club als de Eerste Kamer en een Openbaar Ministerie dat niet meer is dan een bestuursorgaan waarvoor kennelijk dezelfde voorschriften strekkende tot valsheid in geschrift als onderdeel van hoger-bedrog geldt.

    Het komt er nu feitelijk op neer dat Stroomopwaarts MVS vanwege de opmerkelijke mandaatregeling die feitelijk is opgelegd met de Participatiewet in de praktijk vrijelijk haar gang kan gaan wat betreft diverse misdrijven steeds strekkende
    tot onvrije arbeid, waarbij moet worden voorgewend dat zulks vrijwillig zou zijn aangegaan. Zolang de regionale dwangarbeider niet klaagt is er geen man overboord, doch zodra hij wel klaagt treedt de werking van de ondertekening namens een der colleges op de uitnodigingsbrieven van Stroomopwaarts MVS in met het oogmerk om van gedaante te veranderen van rechtspersoon in bestuursorgaan om de burger de toegang tot de burgerlijke rechter en een behoorlijke procedure op tegenspraak af te snijden en feitelijk een beroep op de aantoonbaar participerende bestuursrechter af te dwingen, meestal door de burger als private uitvoerende partij zonder een cent te zetten.

    De drie MVS-colleges dragen uiteraard kennis van opgemelde misdrijven volgens voorschriften van het Rijk waarbij zij als gevolgg van de opmerkelijke mandaatregeling bij Participatiewet die staat voor verkapte delegatie van Rijkstaken richting Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS, feitelijk helemaal niks te vertellen hebben over het doen en laten van Stroomopwaarts MVS, redenen waarom dus niet de gemeentes verantwoordelijk zouden moeten zijn voor de misdrijven volgens voorschrift maar het Rijk de verantwoordelijkheid en daarmee de aansprakelijkheid met oog op de volgens de voorschriften bedrijfsmatige misdrijven gaat dragen.

    Begrijp ik het goed dan trekken de 3 MVS-collegs hiermee de handen af van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS dat mijns inziens van mert af aan is bedoeld als een soort Rijksgouw naar het model van de Weimar republiek om op deze manier geruisloos een extra bestuurslaag op non-democratische grondslag in te voeren.

    Is daarmee dan de eerder participatie in de criminele organisatie Stroomopwaarts MVS van de diverse betrokkenen dan ook vertrokken..?

    bestuurs

  2. Zoek eens onder ‘Pol Pot’ en dan weet je hoe het werkt bij Stroomopwaarts MVS, een vorm van socialisme die kennelijk alleen geldt tot een bepaalde kaste welke inkomens-gerelateerd is

    René Karens (fractievoorzitter GroenLinks) behoort duidelijk tot de hogere kaste zoals die zich ook manifesteerde ten tijde van de eerdere participatie samenleving zoals die gold voor contractaarbeiders onder Poenale Sanctie.

    Het verweer van René Karens (fractievoorzitter GroenLinks) doet denken aan de verdedinging van het systeem onder Poenale Sanctie waarvan ook toen de ingecalculeerde misstanden uiteindelijk doorsijpelden…

    Het gaat René Karens als veranwoordelijk volksvertegenwoordiger dus gewoon om geldelijk gewin dan wel besparingen waarvoor de menselijke maat als het aan hem lig moet (blijven) wijken.

  3. De oplichters ontmaskeren zich zelf?

    Anders dan waarmee de MVS-gemeenteraden hebben ingestemd is er nooit een “Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS’ opgericht maar hebben de 3 MVS colleges eerst bij gezamenlijk besluit een gemeenschappelijke regeling in het leven geroepen en zag later het ‘Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS’ het licht. Het bestuur van dit nieuwe Openbaar lLichaam Stroomopwaarts MVS had daarna het ‘Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS’ bij bestuursbesluit moeten motiveren en daarna het bedrijf onder deze naam moeten inschrijven bij het Handelsregister (KvK). Het bestuur van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS heeft echter niet besloten tot oprichting van ‘Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS’ dat dus ook nooit is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en dat was dus ook nooit de bedoeling.

    Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS bestaat dus in werkelijkheid niet en er is dus ook geen directie of directeur van dit ‘bedrijf’. Dit betekent dat zowel Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS als haar directeur volledig voldoen aan de delictsomschrijving van art. 326 WvSr en wat betreft het opzet van strafbare voorbereidingshandelingen en volharden in misdrijven welke aan hun bekend moeten worden geacht, gaan de MVS-colleges natuurlijk ook niet vrij-uit.

    Nu laten ‘onderzoeken’ of Stroomopwaarts MVS zelf volledig verantwoordelijk kan gaan worden zal de verantwoordelijken voor de hierboven geschetste particiatiezwendel niet baten, alsof de betrokkenen onder het motto “Wir haben es nicht gewusst’ nu zouden moeten laten ‘onderzoeken’ aan welke misdrijven men zich toch echt willens en wetens heeft schuldig gemaakt en met het oogmerk van zelfverrijking of verrijking van betrokken derde-partijen. Er is dus geen bedrijf dat zelfstandig zou kunnen doorgaan en daar valt dus ook niet maar dan ook helemaal niets aan te onderzoeken! Openbaar Lichaam Stroomopwaarts is louter in het leven geroepen om misbruik te kunnen maken rechtspersoonlijkheid in combinatie met een tweetal opmerkelijke mandaatregelingen: de mandaatregeling ex. art. 7 lid 4 Participatiewet en de mandaatregeling in de zin van de Alegemene wet bestuursrecht die pas in werking komt wanneer een belanghebbende burger het college van de woonplaats verzoekt in de plaats te treden van Stroomopwaarts MVS wat betreft de uitvoering in haar hoedanigheid van private administrateur die de uitbetalingen op grond van het recht dat is gevestigd met het toekenningsbesluit van dat college. De drie MVS-colleges hebben met het oog op deze in privaat uit te voeren uitbetalingen het Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS daarom ‘GEMACHTIGD’, dus met een zuiver beroep op de rechtspersoonlijkheid van Stroomopwaarts MVS. Op alle middels uitnodigingen tot keukentafelgespreken ingeleide rechtshandelingen van Stroomopwaarts MVS en deze uitbetalingen ziet dus het Burgerlijk Wetboek en is uitsluiten de burgerlijke rechter te oordelen bij een dispuut met rechtspersoon Stroomopwaarts MVS.

    Zou er daadwerkelijk een Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS hebben bestaan, dan zou het bestuur van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS dat separate bedrijf dus niet alleen eerst bij (gemotiveerd!) besluit hebben moeten oprichten en de motivering toetsbaar, maar dus ook hebben moeten inschrijven onder die naam. Als dit alles nu volgens de regels zou zijn gebeurd, dan zou het bestuur van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS het Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS dus ‘DE OPDRACHT’ hebben gegeven uitvoering te geven aan rechtsgeldige toekenningsbesluiten.

    Probleem bij een opdracht als hierboven dus had gemoeten is dat Stroomopwaarts MVS geen zelfstandig Openbaar Lichaam is maar een een soort ‘verlengd Openbaar Lichaam’ dat geen zelfstandige besluiten in de zin van de WMO 2015, Participatiewet en de Jeugdwet kan nemen. Beslissingen van Stroomopwaarts MVS bestaan dus niet. Stroomopwaarts MVS beslist uitsluitend namens een er MVS-colleges in mandaat. Hey, dat is vreemd want de Algemene wet bestuursrecht is met ondermeer de Participatiewet buiten toepassing verklaard om de aanvraag in de zin van die Awb te kunnen vervangen door ‘het keukentafelgesprek’ waarop primair het Burgerlijk Wetboek ziet, althans wanneer men het heeft over vrije Europese Burgers.

    Stroomopwaarts MVS is in haar rechtspersoonlijkheidsbezittende hoedanigheid dus door de MVS-colleges uitsluitend ‘gemachtigd’ als administrateur uitbetalingen te verzorgen, en komt daarbij dus geen enkel ander rechtshandeling toe. In haar bestuurlijke hoedanigheid komt Stroomopwaarts slechts enige beslissingsbevoegdheid toe als geregeld in het mandaatbesluit van de 3 MVS-colleges dat wat betreft de Participatiewet is beperkt tot het nemenen van beslissingen op bezwaar tegen beslissingen op verzoek van de belanghebbende genomen in de zin van art. 79 Pw. De belanghebbende burger verzoekt hierbij het college een rechtshandeling van administrateur Stroomopwaarts MVS bij besluit tot de hare te maken, en dat is natuurlijk raar wanneer die rechtshandeling bij gezamenlijke volmacht van de 3 MVS-colleges is verricht en het college van de woonplaats daar al voor staat en daar als ‘aandeelhouder/participant’ reeds voor aansprakelijk is. Vastgesteld moet worden dat met een verzoek ex. art. 79Pw de eerder machtiging wordt gewijzigd: Daar waar eerst alle drie de in rechtspersoon Stroomopwaarts MVS bij besluit machtigden, verzoekt de burger nu feitelijk die machtiging zodanig te herzien dat het college van de woonplaats beide andere participerende colleges vrijwaardt van enig vordering gebaseerd op de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de in privaatrechtelijke zin ondeelbare rechtspersoon Stroomopwaarts MVS die als rechtseenheid dan meestal onrechtmatig heeft gehandeld jegens de burger die het betreft en dan ook als zodanig in rechte zou moeten worden betrokken.

    Met een beslissing op een verzoek ex. 79Pw wordt het college volgens dat artikel verantwoordelijk voor de handelingen van de door haar gemachtigde rechtspersoon en zou in feite de gezamenlijk volmacht van de 3 MVS-colleges achteraf worden gewijzigd wat betreft die ene bewoner. Als die burger het dan niet eens zou zijn zijn met dat besluit van het college, dat staat daar het rechtsmiddel van bezwaar tegen open. Prof. Scheltema stelt in diens advies aan de minister na de vaststelling dat nu de Awb buiten toepassing is verklaard, de rechtsbescherming van de burger feitelijk ontbreekt, dat het in bezwaar en mogelijk beroep op de bestuursrechter niet gaat over de onrechtmatige daad van in casu Stroomopwaarts MVS maar uitsluitend over de daarmee aangerichte schade bij de burger.

    Nu de Algemene wet bestuursrecht met de Participatiewet buiten toepassing is verklaard, is het dus onmogelijk dat Stroomopwaarts MVS in mandaat beslissingen zou nemen, laat staan dat Stroomopwaarts MVS zelfstandig een beslissing kan afgeven, en toch doet Stroomopwaarts MVS dat soms, waarmee het dus voldoet aan de delictsomschrijving van art. 326 WvSr en behalve het aannemen van een valse hoedanigheid ook nog schuldig maakt aan valsheid in geschrift. Dit viel de Officier van Justitie te Rotterdam ook op nadat daar een strafklacht was neergelegd.

    Als gesteld is Stroomopwaarts MVS dus in het leven geroepen met het oogmerk van onvrije arbeid en dus schending van diverse mensenrechtenverdragen, en zou om die reden misbruik van juridische hoedanigheid worden ingebouwd in het systeem. In feit is hier dus geen sprake van een bedrijf in de zin der wet maar van ‘bedrijfsmatige misdrijven’ te begaan door een daartoe ingesteld ‘Verlengd Openbaar Lichaam’ dat vervolgens gebruik maakt van de in dit systeem ingebouwde wisseltruuk die, zou de Algemene wet bestuursrecht wel van toepassing zijn verklaard op WMO 2015, Participatiewet en Jeugdwet, onmogelijk zijn geweest.

    Rechtspersoon Stroomopwaarts MVS is uitsluitend gemachtigd om de burgers uit te betalen, en wanneer de arbeidsongeschikte burger diens re-integratie thans participatie-verplichtingen niet nakomt, als bij de wet poortwachter naar rato geld in te houden. Steeds moet aan uitbetaling dan wel inhouden een beslissing vooraf zijn gegaan in de zin van de Participatiewet. Echter sluit deze Pw elke andere beslissing dan het na aanmelding ambtshalve toekenningsbesluit uit! Met andere woorden: er is dus nooit een beslissing die vooraf kan gaan aan een inhouding door rechtspersoon Stroomopwaarts MVS. Op dergelijke inhouding ziet dus uitsluitend de machtiging van 3 MVS-colleges in vereniging.

    Volgens de vigerende mandaat-regeling is Stroomopwaarts MVS als verlengd Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS dus niet bevoegd tot het nemen van primaire besluiten in de zin van de Participatiewet en dus ook niet op grond van de verordeningen van de afzonderlijke gemeenteraden. Verder is het uitsluitend bevoegd te beslissen op een verzoek ex 79 PW, gericht dus tot het college van de woonplaats van de verzoeker. Dat is raar: je bent het niet eens met een in jouw ogen onrechtmatige daad van Stroomopwaarts MVS dat jou middels het achteroverdrukken van jouw geld dwingt een ander Openbaar Lichaam als het college van je woonplaats iets te verzoeken waarbij dat verzoek aan het college van de woonplaats dan door een daartoe speciaal in het leven geroepen functionaris wordt ‘aangemerkt’ Lees vervalst!) als bezwaarschrift ingesteld tegen …. niks dus, immers komt afgifte van enig voor bezwaar vatbare beslissing Stroomopwaarts MVS in mandaat noch zelfstandig Openbaar Lichaam niet toe.

    Hier wordt dus een verzoek van een burger aan het college van de woonplaats om te beslissen, waarop het dus zelfstandig dient te beslissen, door Stroomopwaarts MVS feitelijk onderschept en vervolgens de feitelijke klacht over onrechtmatig handelen in de hoedanigheid van rechtspersoon middels valsheid in geschrift ‘aangemerkt’ tot bezwaarschrift tegen een dus niet bestaand besluit, immers komt afgifte van een primaire beslissing Stroomopwaarts MVS niet toe, en wordt zo voorkomen dat het college aan wie het verzoek is gericht tot besluit kan overgaan.

    Het enige waartoe Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS bevoegd is, is volgens de vigerende mandaatregeling echter te beslissen op bezwaar, dus nadat een bezwaarschrift tegen een beslissing op verzoek ex. 79 Pw DOOR HET COLLEGE is genomen treedt de mandaatregeling pas in werking, waarna Stroomopwaarts MVS dan pas als verlengd Openbaar Lichaam zou mogen beslissen op het bezwaarschrift dat er in casu dus nooit zal zijn.

    Er zou dus een zelfstandig door het college van de woonplaats afgegeven beslissing moeten volgen na een verzoek daartoe in de zin van de Awb (een verzoek in de zin van de Pw is immers bij die wet uitgesloten!). De burger verzoekt daarbij het college van de woonplaats bij besluit tot indeplaatsstelling waarbij Openbaar Lichaam Gemeente… wordt indeplaats gesteld van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS, nog altijd ten aanzien van vermeend onrechtmatig handelen en in privaatrechtelijke zin dus! Is de burger het niet eens met de schadeloosstelling door het college geboden, dan kan hij bezwaar hiertegen instellen. Het college dient dat bezwaarschrift dan voor ontvangst te bevestigen en door te zenden naar de Algemene Bezwaarschriftencommissie voor advies. Op grond van het advies van deze Algemene Bezwaarschriftencommissie neemt het college dan een secundaire beslissing, ‘de beslissing op bezwaar’. Deze beslissing p bezwaar treedt feitelijk in de plaats van de eerdere primaire beslising. Van deze beslissing op bezwaar staat de burger dan toegang tot de bestuursrechter open die sinds vrij kort ook direct mag beslissen over schadebesluiten. Deze rechtsgang wordt door prof. Scheltema dan gepresenteerd als alternatief van het dagvaarden van rechtspersoon Stroomopwaarts MVS inzake haar onrechtmatig en niet zelden ook strafbaar handelen.

    Wat doet Openbaar Lichaam echter met klachten over haar dus willens en wetens ‘bedrijfsmatig’ onrechtmatig handelen, dus nog voordat de ‘belanghebbende’ burger ook maar heeft kunnen denken aan de rechtsgang ex art. 79 Pw.
    Een secretaris van Stroomopwaarts MVS, tevens secretaris van de bezwaarschriftencommissie speciaal opgericht voor Stroomopwaarts MVS, merkt de al dan niet op schrift gestelde klachten middels valselijk op te maken akte dan aan als waren het bezwaren gericht tegen enig feitelijk handelen van Stroomopwaarts MVS, dan wel als bezwaren tegen enig zelfstandige beslissing van Stroomopwaarts MVS.

    In beide gevallen is dit dus onmogelijk want de wet en het mandaatbesluit van de MVS-colleges sluiten het nemen van zelfstandige beslissingen door Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS immers uit, maar hiermee is meteen de reden gegeven waarom het bestuur van Stroomopwaarts MVS nimmer heeft besloten tot de daadwerkelijke oprichting bij besluit en inschrijving van ‘Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS’ maar in haar hoedanigheid van rechtspersoon besliste deze valse naam naar hoe het haar uitkomt aan te wenden.

    De Officier van Justitie geconfronteerd met diverse schriftelijk uitnodigingen tot gesprek van Stroomopwaarts MVS, stelde dus vast dat deze hoe dan ook valselijk waren opgemaakt met het oogmerk deze op de een of andere manier achteraf te kunnen gebruiken, waarbij Stroomopwaarts MVS dus hoe dan ook zich bediende van een ‘valse schim’ in de zin van art. 326 WvSr waarmee de valselijkheid van dergelijke uitnodigingen maar ook beslissingen van Stroomopwaarts MVS buiten mandaat is gegeven. Gelet op ambtelijke betrokkenheid dient de OvJ de speciale Commissie voor de Rijksrecherche in te schakelen, welke commissie dan adviseert tot verder vervolging en onderzoek door de Rijksrecherche.

    Wat doet echter de Officier van Justitie: zij besluit in de dubbelrol te treden van de ambtelijk secretaris van zowel Stroomopwaarts MVS als de bezwaarschriftencommissie van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS en besluit over te gaan tot het op schrift vervalsen van de van de aangifte deel uitmakende schriftelijke uitnodigingen ot gesprek van Stroomopwaarts MVS. Het oogmerk van het mondelinge keukentafelgesprek volgens burgerlijk recht dat in de plaats zou komen van de gemotiveerde aanvraag en gemotiveerde beslissing op aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, namelijk in meerdere opzichten strafbare Participatiezwendel waarbij steeds achteraf van juridische hoedanigheid wordt gewisseld.

    De steeds eenzijdig door Stroomopwaarts MVS in haar hoedanigheid van rechtspersoon bij volmacht verzonden uitnodigingsbrieven kwalificeert collega ambtenaar Officier van Justitie als ‘nader op schrift gestelde verslagleggingen van meerdere (telefonische) keukentafelgesprekken’, althans woorden van gelijke strekking. De Officier van Justitie kwalificeert vervolgens rechtspersoon Stroomopwaarts MVS poepvoorzichtig als ‘instantie met voorschriften’, en verwijst daarna heel omzichtig naar de bestuursrechter die mogelijk een oplossing zou hebben voor het dispuut met Stroomopwaarts MVS.
    Het schema van het Openbaar Ministerie is als volgt: Er zijn ambtenaren betrokken bij misdrijven, echter ingevolge de Pikmeerjurisprudentie van de Hoge Raad zijn ambtenaren in strafrechtelijke zin immuun wanneer zij de geconstateerde misdrijven plegen volgens voorschift, echter hebben wij verzuimd de speciale commissie die hierover beslist in te schakelen, en dus vervalsen we gewoon de schriftelijke ingekomen strafklacht waarin als herhaald en ingelast te beschouwen diverse uitnodigingsbrieven van Stroomopwaarts MVS waaruit blijkt dat ambtenaren van Stroompwaarts MVS bedrijfsmatig valsheid en bedrog plegen.

    Hoewel Stroomopwaarts MVS in haar hoedanigheid van rechtspersoon al diverse pogingen heeft ondernomen evidente klachten te vervalsen tot bezwaren om op deze wijze alsnog achteraf van hoedanigheid te veranderen, waarmee de medeplichtigheid van de Sector Bestuursrecht feitelijk is gegeven, heeft de speciaal hiervoor ingestelde bezwaarschriftencommissie met de Officier van Justitie de vingers niet (meer) willen branden aan feitelijke kuiperij, en stuurde schriftelijk ingestelde klachten retour afzender: rechtspersoon Stroomopwaarts MVS.

    Het zal hopelijk nu wel duidelijk zijn waarom de verantwoordelijk wethouders de burgers bij voorkeur mondeling laten benaderen door de criminele organisatie waarin men participeert, en ook waarom nu vanuit participant Vlaardingen is aangedrongen om te onderzoeken hoe en of de bedrijfsvoering van Stroomopwaarts MVS kan worden verzelfstandgd, dat wil zeggen zonder gezamenlijke volmacht van de 3 particperende en voordeeltrekkende partijen de kluit kan belazeren!

    Geconfronteerd met het feit dat in bestuurlijke zin optreden gelet op de vigerende wetgeving en mandaatbesluit van de MVS-colleges is uitgesloten en zij dus kwalificeert als leidinggevende zetbaas van een criminele organisatie strekkende tot onvrije arbeid en kuiperij waarop haar beloning ziet, beriep ‘directrice’ mw. Curfs van Stroomopwaarts MVS zich op de besluitvorming waarbij Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS is ingesteld door de MVS-colleges, en stelde dat daarmee sprake was van delegatie van alle bevoegdheden van de Participatiewet, waarmee zij stelt daarmee ‘carte blanche’ te hebben.

    Eerder stelde dhr. Deekman van Stroomopwaarts MVS op 7 mei 2019 toen hij een bij volmacht van het college van Schiedam aldaar schriftelijk voor gesprek uitgenodigde burger van Vlaardingen meende verbaal en ook fysiek te moeten bedreigen, dat ‘de Participatiewet staat boven elke andere wet, en daarom maak ik hier de dienst uit en verklaar ik de klachten over mij en collega’s hierbij ongegrond”.

    Hoewel mw. Curfs bij overigens objectief valselijk opgemaakt schrijven van 9 mei 2019 waarmee zij voorwend alsof de burger in kwestie zelf om de klachtafwikkeling door deze Deekman zou hebben verzocht terwijl uit schriftelijk stukken gewoon het tegenovergestelde blijkt, schreeuwde deze Deekman kennelijk namens het college van Schiedam deze inwoonster van Vlaardingen nog na ‘Je bezwaren worden toch ongegrond verklaard’.

    ‘De voorschriften’ als aangehaald door het Openbaar Ministerie bepalen dus dat klachten over handelingen in privaatrechtelijke zin steeds moeten worden vervalst tot ”op schrift gestelde verslagen van gesprekken’, terwijl hiervoor in de Participatiewet en de vigerende mandaatregeling geen aanknopingspunten zijn te vinden. Ook het besluit waarop directrice Curfs zich beroept wat betreft een zekere wetteloosheid bij Stroomopwaarts MVS biedt geen aanknopingspunten.

    Wie echter de Participatiewet nu eens van kop tot kont doorneemt en iets weet van het bestuur(proces)recht, valt ‘een foutje’ op waar je aanvankelijk geen acht op slaat. Na Deekman, Curfs en de Officier van Justitie die zich in haar sepot-beslissing wat betreft het vervalsen van ook straf-klachten tot bezwaren, zou beroepen op ‘de voorschriften’, is het waard nog een terug te bladeren.

    De Algemene wet bestuursrecht kent het mandaat waarbij een individuele ambtenaar kan worden gemandateerd tot het nemen van nader vastgestelde beslissingen. Deze ambtenaar kan werkzaam zijn voor het eigen bestuur maar ook bij een ander bestuur dat als verantwoordelijk werkgever toestemming moet geven aan haar werknemer een mandaat van een ander bestuur te aanvaarden.

    Nu met art. 79 Participatiewet de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing is verklaard, is in die Pw met artikel 7 lid 4 een zelfstandige mandaatregeling opgenomen waarin, anders dan in de Awb, nu een ander bestuursorgaan door het college kan worden gemandateerd. Mw. Curfs die het duidelijk aan logica ontbreekt beroept zich in een tweetal brieven dus kennelijk op deze speciale mandaatregeling bij wet daar waar zij na Deekman stelt dat zij de de haren wel degelijk carte blanche hebben, echter niet van de MVS-colleges die hooguit het katje mogen vangen voor als het mis gaat, maar van het Rijk.

    Mw. Curfs en nadien de burgermeester van Vlaardingen in de hoedanigheid van ‘ander bestuursorgaan’ zagen echter over het hoofd dat het Rijk wel zo slim was om een veiligheidsklep in te bouwen, zou het de Rijksparticipatiezwendel waarvoor mede een heel Rijksgouwenstelsel zou worden opgetuigd, onverhoopt over het voetlicht komen.

    De Participatiewet stelt met artikel 7 lid 4: Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen. Anders dan mw. Curfs van Stroomopwaarts MVS stelt bestaat er vooralsnog geen mandaatbesluit in de zin van art. 7 lid 4 van de Participatiewet. Het oogmerk is uiteraard geweest de zaken zo voor te stellen dat steeds achteraf door met name de Cenrale Raad van Beroep in de gelegenheid zou zijn met ‘feitelijkheden’ te knutselen en zo de weg naar een succesvol cassatiberoep af te snijden. Deze Centrale Raad van Beroep zou zich al eens beroepen op een mandaatregeling, en de vraag is op welke mandaatregeling de CRvB zich dan breoept; die waarbij klachten duidelijk worden vervalst tot bezwaren om de zaak op deze wijze onder jurisdictie te brengen van die CRvB, of de mandaatregeling die feitelijk staat voor Rijks-delegatie aan Rijksgouw Stroomopwaarts MVS en Gauleiterin Curfs, maar waartoe ‘het college’ (lees MVS colleges) uiteraard nog wel moet besluiten.

    Vastgesteld moet worden dat de MVS-colleges niet zozeer af willen van de bedrijfsvoering van Stroomopwaarts MVS, als wel van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS als geheel, en daarmee van de aansprakelijkheid voor het handelen volgens ‘de voorschriften’ waarin het geen enkele zeggenschap heeft maar wel wordt geacht te participeren in een Rijks-criminele organisatie…

    Het is de vraag wat de MVS-colleges nu gaan doen; openlijk afstand nemen van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS en het eertijdse besluit in te trekken zodat het wordt geacht niet te hebben bestaan, of nemen de MVS-colleges alsnog het mandaatbesluit in de zin van de Pw? Of besluit het bestuur van Openbaar Lichaam alsnog tot de oprichting van Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS en aanvaard het de volle verantwoordelijkheid voor de aangerichte schade en wederrechtelijk verkregen voordelen als gevolg van haar omissie, uiteraard naar rato omgeslagen naar de participerende colleges?

    Waarom is het uitgebrachte rapport niet openbaar en moeten nu de ambtelijk uitvoerende leidinggevenden als gemeentesecretarissen de colleges verder van advies dienen?

    Alsof die colleges niet heel goed weten wat er zoal speelt.

  4. WAT IS STROOMOPWAARTS MVS NU DAN?

    Op deze website van een advocatenkantoor worden de bevoegdheden en daaraan gerelateerde verschillende klachtenprotocollen binnen de Gemeenschappelijke Regelingen goed uitgelegd.
    https://www.vijverbergadvocaten.nl/juridisch-advies/gemeenschappelijke-regelingen/klachtafhandeling

    Duidelijk is nu wel waarom mw. Bouamar van Stroomopwaarts MVS geen sjoege gaf wat betreft de eerste schriftelijke klacht over haar weigering duidelijkheid te verschaffen over haar eerste uitnodiging tot gesprek namens het college van Schiedam en haar verbeten reactie op het daarna gericht doorvragen over wie of wat zij nu in rechte vertegenwoordigde. Zij verklaarde dat het niet uitmaakt namens welk college een burger zou worden uitgenodigd. Het komt er op neer dat slachtoffers een schriftelijke verklaring van horen zegen in de schoenen wordt geschoven op grond van de enkele aanwezigheid aan de keukentafel, waarbij het niets uitmaakt wat werkelijk is gezegd of overeengekomen.

    Ter behandeling van een strafklacht zag de Officier van Justitie te Rotterdam zich kennelijk genoodzaakt de schriftelijke uitnodigingen tot gesprek te wijzigen in ‘op schrift gestelde gesprekken’. De reden zal zijn geweest dat dergelijke uitnodiging brief het ‘middel’ is waarmee het slachtoffer wordt bewogen tot afgifte van… in de zin van art. 326 Sr. Het enige dat hierbij niet is ‘afgedekt’ is schending van de AVG wanneer de burger niet ermee instemt dat de private uitvoerende derde partij van art. 7 lid 4 over zijn gegevens beschikt en deze gebruikt.

    Nadat het recht op uitbetaling ingevolge bijstandsnorm is vastgesteld, heeft de private derde ex art. 7 lid 4 geen andere bevoegheid dan betalingen uit te voeren. Dat betekent dat er sowieso iets mis is met de uitnodigingsbrieven, redenen waarom het O.M. te Rotterdam die brieven strekkende tot het keukentafelgesprek bij sepotbeslissing zou omtoveren tot ‘op schrift gestelde verslagen van gesprekken’. Dat omtoveren gebeurt volgens de OvJ normaliter bij Stroomopwaarts MVS volgens de voorschriften.

    Zou de Algemene wet bestuursrecht niet buiten toepassing zijn verklaard met de Participatiewet, dan zou de nu aan de keukentafel afgedwongen rechtsbetrekking in privaatrechtelijke zin, in een gemotiverde beschikking zijn opgenomen. Tegen deze primaire beschikking zou dan het rechtsmiddel van bezwaar hebben opgestaan.

    Vastgesteld moet worden dat allerlei wetgevingsjuristen aan de hand van de pro-actieve jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep de armste kaste van Nederland in de zin van de wet IB 2001 praktisch rechteloos moesten maken. Hierbij zijn alle kantjes opgezocht qua wetgeving en jurisprudentie en is hier en daar wat gehusseld met juridische begrippen en grootheden zodat in elke fase van dit spel kan worden terugverwezen op het daartoe opzettelijk hybride gestelde dat pas in eender welke procedure dan een betekenis krijgt toegekend die (ook) ‘past’. Ziehier de reden waarom personeelsleden van Stroomopwaarts MVS nooit en te nimmer vooraf openheid van zaken zullen geven, en dat het keukentafelgesprek dus hoe dan ook staat voor bedrog/oplichting ex. 326 Sr. door de private derde partij van art. 7 lid 4 Participatiewet.

    Met de Participatiewet is immers primair beoogd de rechtsverhoudingen ten aanzien van arbeid in dienstbetrekking te regelen en op deze rechtsverhouding ziet dus het burgerlijk recht. Zie hiertoe ook: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-118.html
    ‘Een bijstandsgerechtigde die al algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, heeft geen recht op bijstand in het kader van onderhavig besluit, omdat deze bijstandsgerechtigde geen zelfstandige is naar de regels van onderhavig besluit. Deze bijstandsgerechtigde is voor de voorziening in het bestaan aangewezen op arbeid in dienstbetrekking en dus niet op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Beide juridische systemen sluiten elkaar uit.’

    Het bestuursrecht moest dus koste wat kost buiten toepassing worden verklaard om te voorkomen dat vooraf bij beschikking de beoogde dwangarbeid en verhandelbaarheid ex. art 4 EVRM vooraf zou moeten worden gemotiveerd, omdat a. daarmee meteen duidelijk zou zijn wat de bedoeling was, en b. meteen ook het opzet van het verbod op slavernij etc. in strafrechtelijke zin daarmee vast zou staan, redenen dus om de Algemene wet bestuursrecht op listige wijze buiten toepassing te verklaren met de Participatiewet (Pw).

    Uit de artikelen 7 lid 4 en 79 Pw volgt dat de Awb buiten toepassing is verklaard. Immers, binnen het bestuursrecht waarbij alles vooraf door het bestuur moet worden gemotiveerd, is misleiding en bedrog ex. art 326 Sr. onmogelijk, dus moest er een hybride rechtsvorm komen waarbij de burger in privaatrechtelijke zin onder het mom van ‘samen met de burger’ zou kunnen worden uitgenodigd tot gesprek strekkende tot enig overeenkomst met een Openbaar Lichaam als een gemeente of een Participatiebedrijf.

    De Wet gemeenschappelijke regelingen zou daartoe worden voorzien van de ‘Bedrijfsvoeringsorganisatie’ met eigen rechtspersoonlijkheid. Dient een normale bestuurlijke rechtspersoon voordat het zich in privaatrechtelijke zin wil manifesteren het maatschappelijk belang te motiveren in een daar aan voorafgaand besluit dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad- of raden. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is hiervan, net als een Openbaar Lichaam gevrijwaard ten aanzien van een natuurlijke persoon/burger.

    In het licht van het bovenstaande is het volgende wel zeer opmerkelijk:
    https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Vlaardingen/CVDR624798.html
    gelet op de artikelen 7 en 9 tot en met 10f van de Participatiewet,
    gelet op de Re-integratieverordening gemeente Maassluis/Vlaardingen/Schiedam 2019,

    Het lijkt er op dat vanuit Stroomopwaarts MVS dat in feite niets te vertellen heeft beleid wordt gegenereerd op grond van bij elkaar geharkte gebakken lucht. Er is namelijk bij het treffen van de gemeenschappelijke regeling geen sprake van delegatie en dus overdracht van bevoegdheden en met het dubieuze gezamenlijk mandaatbesluit dat buiten de Awb valt, is dit evenmin geregeld nu dit immers niet mogelijk is.

    Nu heeft mw. Curfs met betrekking tot de gepretendeerde bevoegdheden van ‘het (zelfstandig) bestuursorgaan Stroomopwaarts MVS’eerder schriftelijk verwezen naar het besluit waarbij de gemeenschappelijke regeling is getroffen, en haastte de burgemeester van Vlaardingen in een al even opmerkelijke brief zich dit standpunt van Stroomopwaarts MVS enigszins te nuanceren. Met ‘gelet op de artikelen 7 en 9 tot en met 10f van de Participatiewet,’ lijkt de hele komedie rond Stroomopwaarts MVS met terugwerkende kracht gepretendeerd op grond van een formeel onmogelijke mandaatregeling in de Pw juncto Wgr te worden gelegitimeerd/ingesloten, daar waar dat ingevolge de Awb wettelijk is uitgesloten, en met een opmerkelijke verwijzing naar het ingevolge de Awb niet bestaande mandaat van art. 7 Pw waarin bevoegdheden zouden KUNNEN worden gemandateerd ‘aan bestuursorganen’. Binnen de Awb is slechts mandaat mogelijk aan een individuele ambtenaar. Het komt er dus op neer dat ‘legitimiteit’ steeds achteraf in elkaar wordt geknutseld en de slachtoffers dus vooraf nooit transparantie geboden zal worden Hoezo legaliteitsbeginsel? En het college van Vlaardingen begreep dat de Participatiezwendel met en door de Stroomopwaartsen over het voetlicht zou komen en opteert dan voor een ‘zelfstandige bedrijsvoerin’g.

    Ten aanzien van een bestuurlijk bedrijf geldt nog steeds de plicht privaatrechtelijk optreden vooraf middels een besluit van het Algemeen Bestuur te motiveren. Met de eerste TOZO-regeling was de uitkering aan het ZZP-bedrijf formeel bestuursrechtelijk geregeld (inschrijving KvK), de tweede TOZO-regeling is privaatrechtelijk geregeld waarbij formeel de voorzitter bij gezamenlijke volmacht van de 3 MVS-burgemeesters van het bestuur in- en buiten rechte de zaken regelt in arbeidsrechtelijke zin. Vooralsnog heb ik nergens kunnen vinden dat behalve delegatie iets anders bij het treffen van een Openbaar Lichaam of Bedrijfsvoeringsorganisatie kan worden getroffen.

    Het aanvragende bedrijf (lees aangemelde burger) voor TOZO-2, is daarna dus voor de voorziening in het bestaan aangewezen op arbeid in dienstbetrekking bij de rechtspersoon ‘Participatiebedrijf’ Stroomopwaarts MVS
    ————————Beide juridische systemen sluiten elkaar uit’, toch?—————————
    Geheel in lijn met de landelijke Participatiezwendel praktijk komt het er op neer dat met TOZO-1 en het op hybride wijze opvragen van private gegeven ook de partner betreffende is vooruitgelopen op TOZO-2. De aanmelder voor TOZO-2 moet nu alleen nog even naar ‘het assessment’ om zich zelf daarmee ‘vrijwillig’ voor minstens 30% geestelijk gehandicapt te verklaren zodat het Participatiebedrijf dan feitelijk voor 70% van het wettelijk minimumloon voor deze ‘arbeidsgehandicapte’ werknemer (lees dwangarbeider) aan subsidie krijgt, terwijl deze gewoon voor 100% productie arbeid verricht.

    Het Participatiebedrijf, althans (nu nog!) de drie MVS-eigenaren, halen zo dus hoe dan ook een vette bek en betalen geen belastingen en sociale premies en mw. Curfs als een der leidinggevenden aan deze criminele organisatie steekt dik anderhalf tot in haar gepretendeerd sociale klep, en omdat deze zwendel landelijk met ‘sociale partners’ is opgezet krijgt ze van die ook nog ca 40,000 euri extra per jaar. Het college van Vlaardingen, namens een der deelnemende gemeentes ‘hoofdelijk des’ aansprakelijk te stellen, wenste kennelijk om die reden te (doen) onderzoeken of deze bedrijfsmatig opgezette Participatie- en (ESF-2) subsidie-zwendel niet kan worden verzelfstandigd.

    Stroomopwaarts MVS is een Openbaar Lichaam met rechtspersoonlijkheid met een pseudo-bedrijfsorganisatie als intern ‘proces’. Een Bedrijfsorganisatie of een Openbaar Lichaam met interne bedrijfsorganisatie heet een ‘Participatiebedrijf’, dat gebruik maakt van haar onbeperkte rechtspersoonlijkheid die het structureel misbruikt richting de natuurlijke persoon/burger. Zowel de Bedrijfsorganisatie als het Openbaar Lichaam heeft als zogenaamd ‘verlengd-bestuursorgaan’ beperkte bestuursrechtelijke bevoegheden waarbij het in delegatie of mandaat bepaalde bevoegdheden kan uitoefenen voor zelfstandige bestuursorganen.

    In het besluit waarmee een gemeenschappelijke regeling wordt getroffen dient delegatie duidelijk gemotiveerd te worden opgenomen. Onder de toelichting van art. 30 Wgr. staat dat de Wgr niet voorschrijft dat mandaat direct in het besluit tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling moet zijn opgenomen. Is het Openbaar Lichaam getroffen voor de uitvoering van de Participatiewet, dan is delegatie niet mogelijk nu sprake is van drie zelfstandige gemeenteraden met zelfstandige verordeningen. Er is in casu dan ook geen sprake van delegatie in het besluit waarmee gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS door de drie MVS-colleges is getroffen.

    Evenmin stelt de Wgr regels omtrent de wijze waarop en voorwaarden waaronder mandaat mag worden verleend. Gaat delegatie bij een (gezamenlijk besluit tot het) treffen van een gemeenschappelijke regeling niet op, geldt dit dus mutatis mutandis ook voor gezamenlijk mandaat, redenen waarom de Wgr daar verder niks over te melden heeft. Volgens de Awb, mits geen ander wettelijk voorschrift hieraan in de weg staat, of de aard van de bevoegdheden zich tegen mandatering verzet, kan elk MVS-college afzonderlijk een ambtenaar van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS mandateren. Ik kom hier verderop op terug.

    Vastgesteld moet worden dat delegatie noch mandaat in het besluit tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS is opgenomen nu de aard van onderhavige (gedecentraliseerde) wetgeving zich daartegen verzet, maar ook zijn er later geen aparte mandaatbesluiten ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door de afzonderlijke colleges genomen terwijl wel elke brief door Stroomopwaarts MVS op grond van deze niet bestaande mandaatbesluiten van de colleges wel steeds is ondertekend namens een afzonderljk college. Het gaat hierbij niet om besluiten of daarop vooruitlopende feitelijke handelingen maar steeds rechtshandelingen volgens burgerlijk recht waarvoor namens het Partcipatiebedrijf zelf moet worden ondertekend, formeel namens het Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS, en wel op grond van haar rechtspersoonlijkheid!

    Wat er wel is, is het door de MVS-colleges gezamenlijk mandaatbesluit waarmee Stroomopwaarts MVS misschien wel een zelfstandig bestuursorgaan lijkt, maar dat nog steeds niet is, maar waarmee wel wordt vooruitgelopen op de wisseltruuk die het college van Vlaardingen besmuikt uit de doeken zou doen in antwoord op raadsvragen van dan SP-raadslid Ingrid Wijker hoe het kon dat in Vlaardingen geen maatwerk wordt geleverd, toegespitst op de persoonlijke capaciteiten van de nog niet middels ‘het assessment’ tot geestelijk gehandicapte bestempelde individuele burger, een maatwerkbeschikking dus.
    Bij Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS wil men daarom aantoonbaar niet verklaren wie of wat de burger aan de keukentafel zal aantreffen terwijl de rechtshandeling bepalend is voor het toepasselijke recht. In het geval van een uitnodiging tot gesprek is de rechtsverhouding met het Participatiebedrijf geregeld bij Burgerlijk Wetboek, en of de brief nu is ondertekend namens een der MVS-colleges doet daar aan niet af maar wijst slechts in de richting van vooruitlopen op bedrog.

    N.a.v. een uitnodinging tot gesprek ondertekend namens het college van Schiedam weigert het participatiebedrijf hierover vooraf mondeling uitsluitsel te geven, waarna een gemotiveerde schriftelijke klacht wordt neergelegd onder nadrukkelijk verbod klaagster op te (doen) bellen ‘nu de ervaring leert dat daarvan misbruik wordt gemaakt om de ander een verklaring in de schoenen te schuiven’.
    Alles wat volgt, geen uitsluitsel maar wel een volgende uitnodiging echter nu namens het college van de woonplaats Vlaardingen. Ook deze uitnodiging wordt schriftelijk onder verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek afgewezen. Dan ineens komt er een e-mail van mw. Witter van Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS binnen, voorzien van het logo van Participatiebedrijf Stroomopwaarts MVS. Mw. Witter schrijft dat vanuit het Participatiebedrijf in opdracht van teamleider dhr. Deekman herhaaldelijk is opgebeld, maar dat men verzoekster annex klaagster niet heeft kunnen bereiken. Mw. Witter vraagt klaagster om verhinderdata m.b.t. tot een door dhr. Deekman uitermate dwingend gewenst gesprek. Ook deze uitnodiging tot gesprek wordt afgewezen, en wel via het e-mailadres van mw. Witter van het participatiebedrijf
    Dat Stroomopwaarts MVS klaagster niet telefonisch kon bereiken is logisch omdat steeds een nummer is gebeld dat dan al lang niet meer bij klaagster in gebruik was. Het enige telefoongesprek waarin mw. Boamar om uitsluitsel is gevraagd en hetgeen zij gebeten zou weigeren, was via het telefoonnummer van de vertrouwensman van klaagster om uitsluitsel, waarna vrijwel direct de klacht over mw. Bouamar via DigiD is ingesteld met de eis dat deze schriftelijk zou worden afgehandeld waarbij mw. Bouamar ook schriftelijk haar zienswijze op de klacht zou geven.

    Onder verwijzing naar de e-mail van mw. Witter wordt de klacht via dit e-mailadres uitgebreid met klachten over mw. Witter en dhr. Deekman die na mw. Bouamar klaagster stalkten en volgens een latere brief van hun directeur Curfs ook zouden blijven stalken zolang klaagster zich niet middels ‘het assessment’ door Stroomopwaarts MVS tot geestelijk gehandicapte zou doen brandmerken. Dit brandmerken was uit naam van het college van Vlaardingen feitelijk al eerder heimelijk gebeurd met behulp van een der ‘sociale’ ketenpartners van het Participatiebedrijf, een zekere Thuiszorg organisatie die voor bewezen diensten contra-legem met terugwerkende kracht met een gemeentelijke No- Riskpolis en subsidie zou worden beloond voor dit heimelijk brandmerken tot geestelijk gehandicapte van iemand die gewoon regulier was aangenomen en al enige tijd gewoon werkzaam was. Nu niemand bij de Vlaardingse afdeling van het participatiebedrijf aan dit misdrijf in vereniging hier de vingers nog aan wilde branden, zou het klusje worden uitbesteed aan de afdeling Schiedam, feitelijk om het brandmerk op precies dezelfde plek nog eens dunnetjes over te doen om het eerder brandmerk aan het zicht te ontrekken. Deelnemer in deze organisatie ex. Art. 140 Sr ‘Schiedam’ leent zich er dus voor om het zicht op een misdrijf van’Vlaardingen’ aan het zicht te onttrekken.

    Als het slachtoffer dat via het bekende plastic tasje aan de deur over enige bewijsstukken over de eerder in vereniging door ‘Vlaardingen’ en de werkgever in de thuiszorg gepleegde fraude beschikt, medio november 2019 op grond van de AVG het college van Vlaardingen om integrale inzage verzoekt inzake stukken en gegevens waarover het beschikt of mogelijk kan beschikken, en vanwege non-reactie na ruim 8 weken in februari 2020 het college de wettelijke dwangsommen aanzegt, volgt nog steeds geen wettelijk voorgeschreven ontvangstbevestiging ingevolge de Awb, maar wel een brief van Stroomopwaarts MVS dat stelt dat het verzoek door een afdeling van Stroomopwaarts MVS zal worden ‘opgepakt’, kennelijk in de hoop dat hiertegen dan bezwaar zou worden gemaakt, als zou Stroomopwaarts MVS ook hiermee in gezamenlijk pseudo-mandaat Lees verkapte delegatie) in de zin van art. 7 lid 4 Pw handelen.

    Met het uiterst merkwaardige gezamenlijke ‘mandaatbesluit’ is Stroomopwaarts MVS weliswaar een ondeelbaar geheel, maar wordt daarmee in bestuursrechtelijke zin echter nog steeds geen zelfstandig Openbaar Lichaam. Gesteld kan worden dat er geen rechtsgeldig mandaat bestaat en dat men dit van meet af aan weet bij Stroomopwaarts MVS en dat hier dus willens en wetens de kluit wordt belazerd, nadere voorschriften (aldus de OvJ te Rotterdam) van ‘Den Haag’ of niet!
    Gelet op dit evidente opzet in strafrechtelijke zin, wendt directrice Curfs als afleiding op enig moment bij brief voor dat zij en haar juridische staf zouden geloven dat de steeds bewust ten onrechte door Stroomopwaarts MVS aangewende bestuurlijke bevoegdheden, integraal zouden zijn geregeld met het besluit waarmee de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS is getroffen.

    Aantoonbaar is dan sprake van afstemming met de correspondentie met Stroomopwaarts MVS en het Openbaar Ministerie te Rotterdam waar dan imiddels een tweede aangifte ligt, nu wegens oplichting/bedrog met het oogmerk van hoger misdrijf van schending art. 4 EVRM. ‘Wij van Stroomopwaarts MVS’ doen hier dus net alsof men niet zou weten zich in meerder opzicht van de ‘valse schim’ in de zin van art. 326 Sr te bedienen en kwalificeren in die zin vrijwel alle brieven van Stroomopwaarts MVS als valselijk opgemaakt met het oogmerk deze als zijnde echt en overvalst te (doen) gebruiken, redenen waarom collega bestuursambtenaren van het OM Rotterdam deze brieven op papier van hoedanigheid zouden veranderen en waarin het Hof te Den Haag in een art. 12 Sv procedure zonder verder motivering zou meegaan nu het hier een (valse) ambtelijke verklaring van de OvJ betreft waaraan het Hof gehouden zou zijn.

    Het college van Vlaardingen dat het verzoek tot inzage in de zin van de AVG zou saboteren, is er ten overvloede nog eens op gewezen dat de dwangsommen oplopen zolang het verzuimt het verzoek tot inzage wettelijk voor ontvangst te bevestigen en ook meteen in behandeling te nemen. Vooralsnog is nog geen dossier ingezien, temeer nu daaruit zou blijken dat rechtspersoon Stroomopwaarts MVS over vertrouwelijke gegevens beschikt waarvoor het geen toestemming heeft van betrokkene en aanstonds in rechte zal worden betrokken en dan onder ede zal moeten aangeven hoe en op welke wettelijke grondslag het beschikt over private gegevens van derden die daarmee niet hebben ingestemd, dan wel zich niet hebben gerealiseerd hiermee te hebben ‘ingestemd’.

    Het college van Vlaardingen als mede-opdrachtgever en mede-eigenaar van het participatiebedrijf traineert het verzoek tot inzage omdat het weet dat aanstonds een volgende strafklacht bij het Openbaar Ministerie zal worden ingesteld tegen Stroomopwaarts MVS en de ketenpartner waarmee het een criminele organisatie vormde en genoegzaam aannemelijk nog steeds vormt. Het college van Vlaardingen gaf kort na het verzoek om inzage de aanzet voor peperduur onderzoek waarbij moet worden onderzocht hoe de volstrekt zelfstandige rechtspersoon Stroomopwaarts MVS, anderszins kunnen worden verzelfstandigd. Feitelijk moet dat hele Stroomopwaarts MVS natuurlijk op de schop en dienen de deelnemers in deze criminele organisatie te worden ontslagen en vervolgd.  

    Op de rechtshandelingen als uitnodigingen tot gesprek, maar ook op het keukentafelgesprek en ook het heimelijke verbond met de thuiszorgorganisatie voornoemd, ziet in ieder geval het burgerlijk recht als geregeld bij Burgerlijk Wetboek, de listige ondertekening namens steeds een der MVS-colleges als zou sprake zijn van rechtsgeldige en afzonderlijke mandaat-besluiten ten spijt. Uit deze ondertekening, steeds namens een der deelnemende colleges, kan slechts het opzet blijken van de landelijk opgezette en plechtig uitgeroepen Participatie(zwendel)maatschappij met het oogmerk van regionaal lijfeigenschap en regionale Herendiensten, de eigenlijke decentralisatie dus.

    Probleem is dat als gevolg van de horizontale privaatrechtelijke benadering de participerende Centrale Raad van Beroep buiten spel zou staan, redenen waarom art. 79 WWB/Pw en eerder genoemde wisseltruuk (OvJ R.dam mw. mr. de Wit: ‘de voorschriften’)  zou worden bedacht om zo de onmiskenbare zwendelpraktijken alsnog onder jurisdictie van de Centrale Raad van Beroep, letterlijk en figuurlijk het sluitstuk van de nationaal sociaal opgezette participatie-zwendel, te krijgen. Rechterlijk buitenbeentje de Centrale Raad van Beroep fungeert namelijk al sinds jaar en dag samen met buitenbeentje Raad van State als deksel van de koninklijke beerput en horen net als de koning die formeel rechters benoemt niet thuis in een rechtsstaat.

    Door in de verschillende wetten een beetje te sjoemelen met juridische grootheden, zouden rechtshandelingen naar burgerlijk recht van en door Stroomopwaarts MVS in haar hoedanigheid van rechtspersoon steeds achteraf middels de met art. 79 beoogde wisseltruuk van gedaante veranderen in pseudo-primaire beschikkingen nu echte primaire beschikkingen noodzakelijk zijn om niet aanstonds als bestuursorgaan het verbod op dwangarbeid, slavernij en dienstbaarheid te schenden werden die feitelijk afgeschaft en vervangen door iets anders.

    Omdat de burger alleen in privaatrechtelijke zin overeenstemming kan worden afgeperst, dienden onder de noemer ‘participatiebedrijf’ Openbare Lichamen of Bedrijfsorganisaties sec. te worden opgericht om gebruik te kunnen maken van de rechtspersoonlijkheid van dergelijke gemeenschappelijke regelingen, en zou daarom de Wet gemeenschappelijke regelingen worden aanpast en de Bedrijfsvoeringsorganisatie daarin worden opgenomen nu deze hybride figuur zonder voorafgaande besluiten zich steeds en ongehinderd door ‘bestuursdrukte’ in het bedrijfsleven zou kunnen storten en daarbij ongestoord de arbeidsmarkt te verstoren.

    Bedrijfsorganisaties en Openbare Lichamen (met interne pseudo-bedrijfsorganisaties) zijn zowel rechtspersoon als verlengd bestuursorgaan, dus waarom dan de omweg van het mandaat ex. 79 WWB/Pw mag men zich afvragen als een bestuursorgaan, bij delegatie of in mandaat ingevolge de Awb, meteen een (maatwerk)beschikking ten aanzien van het individu zou kunnen afgeven, waarbij dus het rechtens te beschermen belang van de individuele burger in geding is, en niet als nu dat individuele rechtens te beschermen belang met allerlei achterbakse truukjes ondergeschikt wordt gemaakt aan het (gepretendeerd) regionale algemene belang waarbij het individu in etappes tot ‘arbeidsgehandicapte’ wordt gebrandmerkt omdat dan alles tot maatwerk kan worden bestempeld waarop dan verderop in de komedie, de Centrale Raad van Beroep een doel(m)atigheidstoets op de onmiskenbare participatiezwendel loslaat.

    Middels de wisseltruuk van art. 79 WWB/Pw worden klachten van privaatrechtelijke aard met betrekking tot rechtshandelingen van de volledig zelfstandige rechtspersoon Stroomopwaarts MVS in stapjes aangemerkt tot would-be ‘bezwaren’. Hierbij is een daartoe opgerichte adviescommissie voor de bezwaarschriften onmisbaar. De burger die ontevreden is over diens rechtsbetrekking naar burgerlijk recht kan daarvoor naar de burgerlijke rechter, maar dat is volgens prof. Michiel Scheltema veelal te duur voor de kaste van onaanraakbaren ex IB 2001. De burger zou volgens Scheltema cum suis daarom als alternatief het college van de woonplaats moeten kunnen verzoeken een besluit in de zin van de Awb (dus niet de Pw!) te nemen, waarbij het lijkt alsof de rechtspersoon gemeente indeplaats wordt gesteld van rechtspersoon Stroomopwaarts MVS, en daarbij de aansprakelijkheid van de rechtshandelingen (schade) naar burgerlijk recht van rechtspersoon Stroomopwaarts MVS integraal overneemt. De schade, nader op te maken bij staat, zou dan op de gemeente van de woonplaats kunnen verhaald, mispoes!

    Nu de nietsvermoedende burger met een verzoek ex. art. 79 WWB/Pw onbedoeld het ‘mandaat’ ex art. 7 lid 4 Pw in werking heeft gesteld, op grond waarvan Stroomopwaarts MVS in haar andere hoedanigheid van bestuursorgaan ingevolge dat mandaat als ware sprake van delegatie zou kunnen beslissen, vat dit Stroomopwaarts MVS het verzoek aan het college van de woonplaats op als een verzoek aan Stroomopwaarts MVS.

    In geval van echt mandaat in de zin van de Awb zou nog steeds sprake zijn van een besluit van het college van de woonplaats. Bij echt mandaat loop je dan op tegen art. 30 Wgr nu de aard daarvan zich tegen mandaatverlening verzet in geval van een verzoek ex. Art. 79 Pw, althans met de ware bedoelingen van art. 79 Pw. Gemeentewet, Provinciewet inclusief Wet gemeenschappelijke regelingen, Achtste druk: ‘Ten tweede is er het geval dat de aard van de bevoegdheid niet ten rincipale aan mandaatverlening in de weg staat, maar dat de mandaatverlening in concreto, gelet op de aard van de bevoegdheid, niet is toegestaan.’. Ik citeer verder: ‘Ook de positie van de gemandateerde , op zichzelf of ten opzichte van de mandaatgever, kan er toe leiden dat de aard van de bevoegdheid aan de mandaatverlening in de weg staat. Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie dat de te mandateren bevoegdheid niet in de sfeer van de normale bevoegdheidsuitoefening van de gemandateerde ligt; ook het feit dat de gemandateerde zelf belanghebbende is bij de uitoefening van die bevoegdheid kan bijvoorbeeld aan de mandaatverlening in de weg staan (Kamerstukken II 1993/94, 23700, 3 p 170).’.

    Er is dus een (participatie)bedrijf dat hoe dan ook uit eigen belang en afgeleid financieel gewin de kluit belazert, en dat nadat met de wisseltruuk voornoemd dan in haar andere hoedanigheid in mandaat op bezwaar zou beslissen, hetgeen in daadwerkelijk mandaat ex Awb en de Wgr dus niet zou opgaan, althans een beroep op de aard van de bevoegdheid zou slagen, redenen dus om een afwijkende ‘eigen’ mandaatregeling in de Participatiewet op te nemen, waardoor het lijkt alsof Stroomopwaarts MVS niet zou zijn wat het is.

    Zie hier het zuiver opzet van, en de enige plausibele reden voor, het pseudo-mandaat ex art. 7 lid 4 Pw, juncto het gezamenlijke ‘mandaatbesluit’ van de MVS-colleges, kennelijk ook volgens ‘de voorschriften’ (OvJ mw. Mr de Wit). Vandaar dus dat deze colleges plots met rokende gimpies afscheid willen nemen van het huidige Stroomopwaarts MVS. ‘Wir haben es nicht gewusst’ gaat hier echter niet op, dus ondanks de strikte geheimhouding rond dit hele proces waarbij de etalagepoppen in gemeenteraden slechts op de valreep mogen instemmen zonder te weten van de hoed en de rand en de ambtelijke plicht tot het doen van aangifte bij kennis van (ambts)misdrijven.

    Het gaat hier dus niet om afzonderlijke mandaatbesluiten in de zin van de Awb maar om een pseudo-mandaat dat zich op de terugweg als een soort Corona virus ‘insluit’.
    Waarom zou een verzoeker bezwaar aantekenen tegen een besluit waarmee ‘het college van de woonplaats’, al dan niet in (echt) mandaat, integraal de aansprakelijkheid, inzake onrechtmatig handelen door de private derde ex. art. 7 lid 4 Pw waarvan het mede-eigenaar is, aanvaard? Dit geldt mutatis mutandis voor elke rechtshandeling waarbij geld volgens bijstandsnorm door rechtspersoon Stroomopwaarts MVS betaalbaar wordt gesteld. Hoe dit wordt gefinancieerd zal mogelijk nog blijken wanneer bepaalde raadsleden van Schiedam inzage krijgen in de boeken van bestuurlijke rechtspersoon Stroomopwaarts MVS, waarschijnlijk reden waarom de deelnemende colleges nu heel geheimzinnig laten onderzoeken of dergelijke transparantie kan worden voorkomen door een andere juridische constructie, al dan niet op afstand, waarbij het oorspronkelijke oogmerk dus mogelijk gehandhaafd blijft.

    Uitgesloten is dat ingevolge de Awb het college (lees colleges) kan (kunnen) mandateren aan bestuursorganen nu de Awb deze rechtsfiguur niet kent. Ingevolge een verzoek ex. art. 79 Pw , gelet op het daartoe nadien gezamenlijke mandaatbesluit dat de burger met een verzoek ingevolge dat artikel zelf inroept, de in Stroomopwaarts MVS verenigde MVS-colleges  zich zelf als bestuursorgaan onafhankelijk bestuursorgaan  uitroepen.

    Hier is dus in feite sprake van een soort coup vanuit Den Haag waarin de burgemeesters als directe vazallen van de Koning, en ook bepaalde wethouders participeren.

  5. PS

    Het college van Vlaardingen dat de aanzet zou geven tot peperduur ‘onderzoek’ (alsof het niet zou weten de kluit te belazeren in georganiseerd verband met de colleges van Schiedam en Maassluis!), wenst dus niet zozeer een onderzoek naar een geheel zelfstandige bedrijfsvoering van Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS dat in haar hoedanigheid van rechtspersoon al volledig zelfstandig is, maar een oplossing voor het probleem dat het Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS formeel nu aan elke bestuurlijke bevoegdheid jegens de individuele burger ontbreekt nu de Awb in de Participatiewet uitgesloten, dit integenstelling tot participatie in de zin van het Burgerlijk Wetboek m.b.t. bedrijven dat wel steeds wordt voorafgegaan door een besluit van het bestuur van het Openbaar Lichaam Stroomopwaarts MVS.

    Indachtig het met de wet IB 2001 ingevoegde kastestelsel, is het logisch dat voor dwangarbeid voorbestemmden in de zin van wat nu Participatiewet zou worden genoemd, deze in dit kader reeds tot ondermensen gekwalificeerde belastingbetalers, heffingskortingen voor kinderopvang zouden worden onthouden of dezen zelfs terugvorderingen tegemoet konden zien, daarbij ongehinderd door de rechterlijke macht die zich immers tot de hogere kaste rekent.

    Wat zou de Staat der Nederlanden ook gaan investeren in de kinderen van deze laagste kaste in de zin van de IB 2001 nu deze kinderen op termijn zijn voorbestemd tot dwangarbeid in de zin van de Participatiewet 2015?

    Ook de ambtenaren van de Belastingdienst voerden en voeren hiemes slechts ‘de voorschriften’ uit zoals verwoord door het Openbaar Ministerie te Rotterdam, feitelijk stilzwijgend bekrachtigd door het Hof te ‘s Gravenhage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *